Vandaag was mijn eerste koers van het seizoen op Mallorca.
Ik ben rond plek 15 gefinisht in de tweede groep. Door twee klimmen in de laatste 60 km en door het noodweer (bijna de hele dag regen en in de afdaling temperaturen van 2 graden) werd het een zware rit. Het gevoel bergop was goed dus ik ben tevreden. Morgen een soortgelijke rit in hopelijk beter weer!
Afgelopen week heb ik weinig gedaan. Ik had een rustweek. Na het trainingskamp van de ploeg, waarin we de tweede week bijna 30 uur hebben getraind, stond deze week in het teken van herstel. Sinds december heb ik in één week niet zo weinig getraind: nog geen 10 uur. Wat rust zal me hopelijk goed doen. In elk geval ga ik morgen uitgerust naar Mallorca toe. Daar zal ik deze week nog een aantal lange/intensieve trainingen doen voordat de Challenge Mallorca begint. Deze wedstrijd bestaat uit 5 klassiekers achter elkaar, waar je elke dag los mag starten. Wij gaan met een kleine 20 man naar Mallorca toe, en elke dag mogen er 10 renners starten. Ik rijd in principe de 3e en 4e etappe en mogelijk nog de 5e. Ik heb er zin in!
Vorige week heb ik ondanks de harde wind en de lage gevoelstemperatuur nog 3,5 uur buiten getraind. Gelukkig zonder sneeuw. Het was in het noorden het grootste gedeelte van de dag nog droog. Koud was het wel, maar ik had dan ook veel en dikke kleren aan.
Zo meteen vertrek ik naar Mojacar voor het trainingskamp met de ploeg. In Nederland is het met deze weersomstandigheden vrijwel niet mogelijk om goed te trainen, dus ik ben blij dat ik weer naar Spanje ga. Deze week heb ik überhaupt nog niets gedaan als gevolg van een lichte griep. De zon zal me goed doen!
Kerstmis vier ik samen met mijn vriendin in Valencia. Vanochtend hebben we onder een stralende zon nog een kleine 3 uur met blote armen en benen gefietst. Het echte kerstgevoel ontbreekt dus wel een beetje, maar we vermaken ons prima.
De afgelopen twee dagen ben ik aan het trainen aan de Costa del Azahar (tussen Tarragona en Castellon). Dit gebied is nog relatief onbekend bij toeristen, en het is hier dan ook lang niet zo druk als in bijvoorbeeld Benidorm. In het binnenland kwam ik tijdens het trainen nauwelijks auto's tegen. Ideaal dus. Alleen is het jammer dat het er voor Spaanse begrippen relatief vlak is. Morgen richting Barcelona!
Het seizoen zit er op. Afgelopen zaterdag reed ik in de ronde van Lombardije mijn laatste wedstrijd van het jaar. Een prachtige wedstrijd, waar ik de komende jaren nog vaak hoop terug te komen. Aan zaterdag heb ik een dubbel gevoel overgehouden. Ik ben zeer tevreden dat ik in een zware klassieker als Lombardije in de finale nog zo fris was, maar ook baal ik ervan dat ik op de voorlaatste klim onderuit ging. Vooral omdat ik het gevoel had dat er meer had ingezeten.
Hetzelfde geldt natuurlijk voor het hele seizoen. Slechts 32 koersdagen staan er in 2009 achter mijn naam. Nog nooit heb ik zo weinig gekoerst. Oorzaak: de ziekte van Pfeiffer. Na een goede winter en een goede start in Californië had ik hoge verwachtingen voor dit seizoen, maar het werd een jaar om snel te vergeten. In maart begon ik al te kwakkelen en van april tot september heb ik zelfs helemaal geen wedstrijden gereden.
Misschien is dat ook wel de reden dat ik ondanks dit seizoen met vertrouwen uit kijk naar 2010. De conditie is op dit moment erg goed. Ik voelde me in oktober met de dag sterker worden en met slechts 8 wedstrijden in de benen voor Lombardije mag ik denk ik niet klagen over het resultaat. Ik zit nog vol met moraal en van mij had het seizoen nog wel langer mogen duren.
Toch zal ik ook enkele weken rust nemen. Na een korte rustpauze zal ik in november de training weer oppakken, en via twee trainingskampen in december en januari zal ik me voorbereiden op het nieuwe seizoen. Welke wedstrijden er in 2010 op het programma staan weet ik op dit moment nog niet. In elk geval hoop ik mijn debuut in een grote ronde te maken.
Maar voor het zover is, eerst vakantie! Komend weekend staat nog wel de jaarlijkse Cauberg Clinic van de ploeg op het programma. Zestig of tachtig kilometer fietsen met een select gezelschap door Zuid-Limburg. Ik kijk er naar uit, vooral naar de gezelligheid in de nachtelijke uurtjes!
Juli is voor vele Nederlanders (waaronder ik) de maand van de Tour de France. Ik kan me haast niet meer voorstellen hoe ik ooit de zomer zonder de Tour ben doorgekomen. Al jaren zit ik tijdens de Tour elke middag aan de buis gekluisterd. Op vakantie zocht ik een tv in een plaatselijke kroeg, en als die er niet was dan had je altijd nog de radio. Met mijn tourpoule in de hand volgde ik de ritten, hopend dat 'mijn' renners vandaag zouden winnen.
Deze Tour de France volg ik tot nu toe minder fanatiek als voorheen. De reden hiervoor is dat ik deze Tour tot nu toe weinig spannend vind. De klassementsrenners hebben we nog nauwelijks in actie gezien, de Pyreneeën bleken niet lastig genoeg om enig verschil te maken. Mark Cavendish is zo rap dat zelfs de massasprints minder spannend zijn.
Ploegen als Columbia en Saxo-Bank zullen de komende dagen toch echt iets moeten ondernemen, willen ze het Astana niet heel gemakkelijk maken. De achterstand van de meeste favorieten op Armstong en Contador is tenslotte al enkele minuten. Misschien is de grootste concurrent van Astana wel de ploeg zelf. Het is duidelijk dat de sfeer binnen dat team niet optimaal is. Toch denk ik dat Johan Bruyneel de rust weet te bewaren en dat er uiteindelijk een Astana-renner op het hoogste podium in Parijs zal staan. Of dat Armstong, Contador of wellicht zelfs Klöden zal zijn, is moeilijk te voorspellen.
Mijn eigen Rabo-ploeg heeft ook wel eens meer succes gekend in Frankrijk. Het uitvallen van Gesink was een flinke teleurstelling en verder heeft het ook niet meegezeten. Hopelijk kan Menchov of Freire nog een etappe meepikken (het is voor de laatste wel te hopen dat er in de afdalingen van de Alpen geen mensen met buksen verstopt zitten).
De eerste twee weken van juli zijn dan wellicht wel eens spannender geweest, toch zit ik nog elke dag voor de buis. De afgelopen drie ritten hadden in elk geval een boeiende finale waarin de aanvallers werden beloond. Hopelijk is dit een voorbode voor een spannende laatste week. Het wordt tijd dat de topfavorieten echt in actie komen!
Met mijzelf gaat het de afgelopen weken stukken beter. Het pfeiffer-virus is uit mijn lichaam, en ik ben langzaam de trainingsomvang aan het opvoeren. Komende week ga ik met de ploeg op trainingskamp naar Duitsland. Hopelijk hebben ze daar een tv, want de Tour kan ik niet missen!
Het kan u niet ontgaan zijn: zaterdag begint de grootste wielerwedstrijd ter wereld. De Tour de France. 180 renners, waaronder 11 landgenoten, maken zich op dit moment op voor de eerste tijdrit in Monaco. Het zouden er 12 geweest kunnen zijn, zonder de positieve test van Thomas Dekker. Er wordt al genoeg over gezegd en geschreven, maar één ding is duidelijk: dit is niet goed voor het wielrennen.
Ondanks de negatieve berichtgeving de afgelopen dagen verheug ik me op de start van de Tour. Het beloofd een spannende strijd te worden met topfavoriet Contador, met kanshebbers als Menchov, Evans, Saste en de broertjes Schleck, en natuurlijk met ‘dark horse’ Lance Armstong. Ik ben erg benieuwd wat deze Amerikaan op zijn 37e nog in zijn mars heeft. Ik sluit hem op voorhand zeker niet uit, maar Contador is toch dé te kloppen man.
Vanuit Nederlands oogpunt beloofd het ook een leuke Tour te worden. Robert Gesink laat het hele jaar al zien dat hij de aansluiting met de wereldtop gevonden heeft. Stef Clement, Niki Terpstra en Laurens ten Dam zijn in goede vorm. Daarnaast doet er met Skil-Shimano voor het eerst sinds jaren weer een tweede Nederlandse ploeg aan de Tour de France mee. Waarschijnlijk zullen ze de eerste week veel in de aanval gaan. Want wie niet waagt, wie niet wint!
Het parcours beloofd spanning en strijd van Monaco tot Parijs. De tijdrit in Monaco schijnt zwaar te zijn en de eerste bergrit met aankomst bergop wacht volgende week vrijdag al. In tegenstelling tot de afgelopen jaren is er op de laatste zaterdag geen tijdrit. Door de aankomst die dag op de Mont Ventoux te leggen is de tour-organisatie verzekerd van spanning tot het laatste moment.
Terug van weggeweest dit jaar is de ploegentijdrit. In een Tour waarin seconden het verschil kunnen maken tussen winst en verlies kan de ploegentijdrit -waar de reële tijd telt- wel eens van groot belang zijn. Mijn Rabobank-ploeggenoten hebben vorige week dan ook twee dagen speciaal op dit onderdeel getraind, op het circuit van Zolder. De concurrentie is groot, maar een podiumplek sluit ik niet uit. De Giant-tijdritfiets blijkt één van de meest aerodynamische die er is, wat ook blijkt uit de goede resultaten in tijdritten dit jaar.
Laten we hopen dat het dit jaar een Tour de France wordt waarin de sportieve prestaties de boventoon voeren. Ik heb er in elk geval zin in!
Wanneer ik zaterdag thuis kom, is het eerste wat ik doe op teletekst zoeken naar de uitslag van de Giro-etappe van die dag. Maar in het sportnieuws valt mijn blik niet op de kop 'Dagsucces Wit-Rus Sivtsov in Giro 850'. Leuk voor hem, maar ik druk meteen verder naar pagina 854: Horrillo gewond bij val in ravijn. Ik lees het stukje snel door, de eerste woorden die tot me doordringen zijn 'buiten levensgevaar'. Niet zomaar een val, denk ik. Volgens de berichten is Pedro in een afdaling tegen de vangrail gereden, en toen zestig meter naar beneden gegleden. Of gevlogen.
Wanneer ik even later op het internet enkele foto's - gelukkig zijn er geen beelden van de val - van het gebeuren bekijk wordt me pas echt duidelijk hoe ernstig het is. Dit is een diep ravijn. Op één van de foto's is te zien hoe een fiets als stille getuige tegen de vangrail staat, alsof die daar is neergezet door een willekeurige toeschouwer van de 8e etappe van deze Giro d'Italia. Maar in een afdaling staan geen toeschouwers, en de fiets is de witte Rabo-fiets van Pedro Horrillo, wachtend op zijn stuurman die zestig meter lager ligt.
Wim van Est, de eerste Nederlandse drager van het geel in de Tour de France, viel lang geleden ook tientallen meters diep. Die val resulteerde later in een succesvolle reclameslogan: zeventig meter viel ik diep, mijn hart stond stil, maar mijn Pontiac liep. Wanneer ik naar de foto van Pedro's fiets kijk herken ik zijn Polar om het stuur. Die liep nog, maar in het scherm zal bij hartslag '00' hebben gestaan. Zelfs een hartslagmeterband van Polar heeft geen bereik van zestig meter.
Daar lig je dan. Zestig meter diep in een ravijn, tevergeefs schreeuwend om hulp. Tenminste voor zover dat mogelijk is met een beenbreuk, een gebroken knieschijf, verschillende gebroken ribben en ruggenwervels, en geperforeerde longen. En dan moet je ook nog eens meer dan een kwartier wachten op hulp. Vreselijk. Het ene moment ben je enigszins aan het bijkomen van één van de vele klimmen die de Giro rijk is, het volgende moment lig je machteloos zestig meter lager in de bosjes.
En dan de fiets van het slachtoffer. Een witte Giant, maatje L. De stille en hier wel zeer stille getuige van dit drama. Het enige defect aan die fiets is een gebroken velg, verder mankeert er niets aan. Zijn fiets had een val van zestig meter trouwens nooit overleefd, Pedro godzijdank wel.
Een dag later bezoek ik de website van een Nederlandse krant. Wat lees ik? Horrillo wilde verder fietsen! En dat na een vrije val van tientallen meters en met te veel breuken om op te noemen. Wat een karakter! De fiets van Pedro is inmiddels weer opgelapt, maar toch zal die een tijd moeten wachten vooraleer hij weer bereden wordt. Sterkte Pedro!
Vandaag als ploeg heel goed gereden, met een mooi resultaat: Denis aan de leiding en Pieter ook nog 3e in het klassement. Ik was zelf niet echt super, maar heb tot het begin van de laatste klim mijn werk voor de ploeg kunnen doen. Morgen gaan we de trui van Menchov verdedigen en misschien is er ook nog wel kans op een dagzege voor Greame Brown.
De tijdrit van vandaag liep voor het gevoel erg lekker. Het was een strijd tegen de harde en wisselende wind. Dat was ook de reden dat ik niet met een dicht achterwiel reed. Die keuze is denk ik achteraf verkeerd uitgevallen, want de beste tijden werden allemaal gereden door renners met dichte wielen. Morgen staat de lastigste rit van deze ronde op het programma. Laat die bergen maar komen!
De rit van vandaag beloofde op voorhand een lastige rit te worden, met op 55 kilometer van de finish een lange klim. Ik had er mijn zinnen op gezet na mijn tijdverlies van gisteren, maar vlak voor de start kregen we opeens mee dat de rit met 65 kilometer zou worden ingekort vanwege het weer. Uiteindelijk werd halverwege zelfs nog besloten om de rest van de rit ook maar geneutraliseerd te rijden als gevolg van de harde wind, dit gebeurde nota bene op een weg waar de wind recht tegen was (dus weinig gevaar). Alleen de laatste 3 kilometers mochten de sprinters de motoren nog even starten voor de ereplaatsen. Als het aan mij lag was er gewoon gekoerst. Het waaide weliswaar erg hard, maar tot gevaarlijke situaties heeft het volgens mij nauwelijks geleid. En als je 60 kilometer met deze wind kan rijden, waarom dan niet 175?
De ronde van Californië, waar ik met een tevreden gevoel op terug kijk, ligt inmiddels al ruim een week achter me. Op dit moment bevind ik me zelfs alweer in Murcia (Spanje), waar ik me op maak voor de plaatselijke ronde. De wedstrijd in Californië heeft er toch wel ingehakt. Daarom heb ik mijn tijd de afgelopen week voornamelijk doorgebracht met rusten,veel slapen en rustig lostrappen. Alleen afgelopen zondag stond er een wat langere training op het programma.
De meeste van mijn vaste trainingsrondjes liggen in noord-Groningen, Friesland of in de kop van Drenthe. Plaatsen als Dokkum, Pieterburen, Lauwersoog of Roden zijn mij wel bekend. Maar aangezien de wind zondag uit het oosten kwam besloot ik de verlatenheid van oost-Groningen op te zoeken.Trainen in oost-Groningen doe ik zelden. Het is er weliswaar erg rustig, maar het is er ook erg saai. Het is één van de armste gebieden van Nederland, en dat is ook aan de omgeving af te zien. Een beetje troosteloos. Als de wind hard uit het oosten blaast wil ik deze kant nog wel eens op gaan, maar verder probeer ik dit gebied zoveel mogelijk te mijden.
Ik stap op de fiets voor een training die drie en een half uur moet duren. Via Adorp naar Ten Boer, langs het Eemskanaal naar Appingedam en Delfzijl. Ik wil nog iets verder naar het oosten, maar ben hier niet zo bekend en fiets over wegen waar ik nooit eerder ben geweest. Ik krijg een voorgevoel dat deze training wel eens iets langer zou kunnen duren als gepland.
Ik passeer Meedhuizen, Wagenborgen en het plaatsje met de geweldige naam Hongerige Wolf. De plaats Woldendorp staat aangegeven, nog 7 kilometer. Daar komt mijn ploegleider Jan Boven vandaan! Dan maar verder naar Woldendorp. Ik bevind me ergens in de driehoek Woldendorp-Oostwold-Nieuwe Statenzijl (als u geen idee heeft waar dat is: pak de atlas). Of het nu door de invallende mist of door het draaien van de wind komt; ik begin mijn richtingsgevoel – waar ik anders toch op kan vertrouwen - enigszins kwijt te raken. Als ik ergens niet van hou, is dat een training langer duurt als gepland.
Ik fiets nog een paar kilometer door en kijk eens rustig om me heen. Ik tel misschien 5 boerderijen, voor de rest niets. Geen dorpje. Nergens een wegwijzer te bespeuren. Het einde van de wereld is hier nabij. Zeker 20 minuten kom ik geen auto tegen. Ik begin me nu toch echt lichte zorgen te maken. Een lichte hongerklop dient zich aan. Zou ik Jan opbellen? Shit, mijn telefoon ligt thuis aan de oplader. Hé, een tegemoetkomende auto! Ik probeer hem aan te houden om de weg naar Groningen te vragen, maar de bestuurder toetert en drukt het gaspedaal vol in. Even later heb ik meer geluk. Het lukt me een wat ouder echtpaar aan te houden. “Moi!” Ik moet naar Groningen, zeg ik. “Dan ben je goed uit de buurt”, is hun eerste reactie. “Deze weg nog een paar kilometer volgen, dan via Oostwold naar Midwolda, en dan gewoon de snelweg volgen. En links aanhouden bij het vliegveld straks!”
Hûh, vliegveld? Het enige vliegveld waar ik tijdens het trainen ooit langs ben gefietst is het vliegveld van Eelde en ik kan me niet voorstellen dat er in deze buurt nog een vliegveld is. Aangekomen in Oostwold valt mijn blik op een torentje van misschien 5 meter hoog, de loods er naast is net iets hoger. Misschien een verkeerstoren. Er is nergens een landingsbaan te bekennen. Of is het gras op die strook net wat korter gemaaid als op de rest van het weiland? Vreemd. Bij Midwolda kom ik uiteindelijk weer terug op de bewoonde wereld. Groningen staat weer aangegeven, eindelijk!
De man in de auto gaf me nog mee dat het “een uurtje fietsen, niet langer” is tot Groningen. Ik weet niet hoe hard hij kon fietsen in zijn jonge jaren, maar ondanks een stevig tempo doe ik er anderhalf uur over. Uiteindelijk duurt mijn training gelukkig slechts 20 minuten langer als gepland. Die kilometers hebben we voor Murcia maar weer in de pocket! Maar volgende keer toch maar weer richting noord-Groningen of Friesland.
Met nog een kilometer of 50 te gaan trokken we het met de hele ploeg op de kant. Het waaide de hele dag namelijk al hard en het ideale moment om iets te proberen was in het begin van de lange afdaling richting finish. Het plan slaagde, alleen waaide het af en toe zo hard dat een windvlaag mij en Stef Clement in de berm deed belanden. Ik heb er niets ernstigs aan over gehouden, maar een goed klassement kan ik nu wel vergeten. Het is extra zuur omdat de benen juist erg goed aan voelden.
Ik ben nauwelijks vijf dagen thuis van de ronde van Californie, maar morgen stap ik alweer in het vliegtuig. Dit keer gaat de reis naar Murcia, Spanje. Afgelopen week heb ik veel gerust en weinig getraind, na Californie kon ik namelijk wel wat extra rust gebruiken. Ik voel me inmiddels weer goed hersteld en van een jetlag heb ik ook geen last meer. De ronde van Murcia begint woensdag met een relatief vlakke rit. Ik heb zelf de rit van zaterdag omcirkeld in mijn agenda, alleen is het jammer dat de laatste klim op iets meer dan 20 kilometer van de finish ligt.
Nog niet zo lang geleden hingen posters van hem in mijn slaapkamer: Lance Armstrong. Van jongs af aan deed hij veel aan sport, vooral duursporten waarvoor je een ijzeren conditie moet hebben. Hij viel op door zijn mentaliteit en doorzettingsvermogen: the winning spirit. Hij wilde altijd winnen. Hij kon goed zwemmen en hardlopen, maar bleek het beste te kunnen fietsen, en ging daarom naar Europa om zijn droom te verwezenlijken. De ‘European dream’. Daar liet hij aan de mensen zijn talenten zien. Hij was goed, heel goed, en werd de beste van de wereld.
Toen sloeg het noodlot toe, hij werd ernstig ziek. Later zou hij zeggen dat deze ziekte het beste was wat hem ooit is overkomen. Het scheelde weinig of de Texaan was niet meer. Maar hij overwon een vrijwel zekere dood en ging verder waarmee hij begonnen was: winnen. Hij ging jarenlang met fietsvakantie naar Frankrijk, om daar zijn kunstje aan de rest van de wereld te laten zien. Hij was 7 jaar lang de beste. In het begin was hij geliefd. Maar op een gegeven moment kwamen er twijfels. Er waren beschuldigingen en dreigementen, maar tot een veroordeling kwam het nooit. De koning viel niet van zijn voetstuk. In 2005 vond hij het welletjes, hij nam afscheid en keerde terug naar de overkant van de oceaan.
Maar de Amerikaan had een verhaal. Het was als een sprookje; zijn sprookje. Hij besloot zijn verhaal uit te dragen en geld in te zamelen voor de bestrijding van de ziekte waardoor hij zelf getroffen was. Hij leefde in een wereld van glitter and glamour, liet zijn gezicht zien in Hollywood. Hij was ondertussen weliswaar enkele kilo’s aangekomen, maar bleef zijn conditie op peil houden. Hij liep zelfs marathons.
Het wereldje, dat hij 7 jaar gedomineerd had, raakte ondertussen in een grote crisis. Zou hij als reddende engel terugkeren? Een terugkeer naar Europa zou natuurlijk publicitair gezien een goede zaak zijn voor zijn missie. In september 2008 kwamen de verlossende woorden: 'Hi everybody, I’m back!!'. Iedereen vroeg zich af of hij het nog zou kunnen. Zou The Boss iedereen voor een 8e keer het zwijgen kunnen opleggen? Niet iedereen was blij met zijn comeback. Wat heeft hij nog te bewijzen? En hoe zat het nu met de geruchten dat hij een ‘cheater’ was? Ondanks alles werd hij groots ontvangen en maakte hij een geslaagde comeback in Australië.
Of de comeback van Lance Armstong een sportief succes zal worden, is een vraag, maar aan aandacht heeft hij nu in ieder geval al geen gebrek. Op dit moment fiets ik met mijn poster over de glooiende wegen van Highway 1: naast Lance Armstrong. Naast The Boss. En natuurlijk ook regisseur van zijn eigen sprookje.
Hoe dat sprookje afloopt ? Dat weten we eind juli.
De afgelopen twee weken had ik niets anders aan het hoofd dan de fiets. Zoals Gert-Jan Theunisse ooit zei: "De fiets, de fiets, en verder niets." We waren met de ploeg twee weken op trainingskamp in het Spaanse Mojacar. De beentjes werden gemasseerd, het materiaal was elke ochtend weer in orde, en het eten was de ene dag nog lekkerder dan de andere. Een heerlijk leventje.
Maar we gaan uiteraard op trainingskamp met een goede reden: hard trainen voor de eerste wedstrijden van het komende seizoen. Ik zal net als vorig seizoen beginnen in de Ronde van Californië en die wedstrijd begint al over een kleine drie weken. De ploeg heeft voor de derde keer het Spaanse Mojacar uitgekozen als plek voor een trainingskamp. De reden dat we onze tenten in Zuid-Spanje opslaan mag duidelijk zijn: de goede trainingsomstandigheden. Elke dag schommelde de temperatuur tussen de 12 en de 18 graden en elke dag scheen de zon. In deze omstandigheden is het simpelweg eenvoudiger om langer en intensiever te trainen. Daarnaast kun je hier goed bergop trainen, iets wat ik in Groningen niet kan. Daar kom ik hooguit een keer een viaduct tegen. Van de Hondsrug lig ik 's nachts ook niet wakker, dat zal duidelijk zijn.
We waren dus aan het trainen in Spanje, met 22 renners om precies te zijn. Dat is een te grote groep om met z'n allen te gaan trainen. Daarom werden we voorafgaand aan de eerste training in twee groepen ingedeeld. Dit gebeurde niet geheel willekeurig. Groep 1 bestond uit de voorjaarsrenners en de trainingsbeesten (denk aan de Langevelds, de Flechas en de Gesinks van deze wereld). Groep 2 bestond uit de renners die net terug kwamen van een blessure (Bram de Groot, Laurens ten Dam, Tom Stamsnijder), het natuurtalent Oscar Freire, en alles wat er dan nog over blijft. En ik.
Tijdens het trainingskamp van vorig jaar trainden we ook in twee groepen. Toen bleek de gemiddelde hartslag in groep 1 beduidend hoger te liggen dan in groep 2, doordat er in groep 1 een stuk harder gereden werd. Elke avond moesten wij als leden van groep 2 bij het eten de sterke verhalen uit groep 1 weer aanhoren. Hoe hard ze wel niet hadden gereden, wie er wel niet een verbluffende kopbeurt had gedaan, enzovoort. De gemiddelde snelheid lag in de eerste groep uiteindelijk misschien maar een kilometertje hoger dan bij ons, maar toch.
Dit jaar waren de geluiden over het hoge tempo in de eerste groep al een stuk minder, maar nog steeds waren ze te horen. Toen wij als groep 2 tijdens de laatste lange training groep 1 aan het einde van de training plotseling in het vizier kregen (dat gebeurde normaal gesproken alleen het eerste uur van de training, daarna waren ze vaak uit het zicht verdwenen), besloten wij, onder leiding van nestor Koos Moerenhout het tempo in onze groep te verhogen om het gat te dichten. We kwamen steeds dichterbij, echter op het moment dat het verschil tussen beide groepen nog maar 20 seconden bedroeg, gingen de alarmbellen in groep 1 af. Dat konden ze natuurlijk niet laten gebeuren! Het gevolg was dat er gedurende enkele kilometers twee Rabo-waaiers kort achter elkaar met hoge snelheid over de Spaanse wegen raasden. De gashendels gingen volledig open, en het grootste verzet dat we konden gebruiken (de 53-11) was eigenlijk nog te klein. Na een paar kilometer wisten we groep 1 dan eindelijk te achterhalen. Je had de gezichten van sommige renners uit die groep moeten zien: wat krijgen we nu?
De nivellering die binnen het wielrennen de laatste jaren is ingezet, lijkt zich nu ook binnen de ploeg te voltrekken. Of we voldoende trainingskilometers gemaakt hebben, zal de komende maanden blijken, maar het trainingskamp was hoe dan ook geslaagd!