Ik had me er helemaal op ingesteld dat ik over tweeënhalve week de Wereldruiterspelen in Kentucky zou volgen via televisie, internet en sms. Na vijf achtereenvolgende edities zou ik er voor het eerst in twintig jaar niet bij zijn. Maar ineens is alles anders. Ik ben alsnog de reis naar Amerika aan het regelen.
Ik ga niet mee als lid van het dressuurteam, maar bondscoach reining Caspar de Jonge belde me of ik Jurgen Pouls wilde vervangen, wiens paard een lastige blessure heeft. Ik heb een nacht wakker gelegen van de twijfels. Reining is bij mij een uit de hand gelopen hobby. Na de Spelen van Peking ben ik voor het eerst structureel op een westernpaard gaan zitten. Moet ik nu met Whizashiningwalla op een WK-podium tonen wat ik kan? Het teambelang en zeker ook de uitdaging hebben het uiteindelijk gewonnen.
Het is nu even driedubbeldruk om alles op tijd voor elkaar te krijgen, maar ik ga naar het WK. We hadden deze week ook nog een laatste test met alle WK-dressuurruiters. Naast het team met Edward Gal, Adelinde Cornelissen, Imke Schellekens-Bartels en Hans-Peter Minderhoud sta ik nog steeds reserve met Painted Black. Het liep bij ons heel erg goed. Hoewel ik weet dat ik vooraan in het veld kan eindigen op de Wereldruiterspelen, heb ik me voortijdig afgemeld dit seizoen, omdat ik de kans op een individuele medaille te laag inschatte. Als ik het team moet helpen omdat één van de ruiters uitvalt, is het een andere zaak. Dan laat ik ze nooit vallen. Ik verwacht alleen dat dit team heel goed zonder mij in staat is hoge ogen te gooien in Kentucky. En dus is het een goed idee om eens een stapje terug te doen.
Alleen, wie had verwacht dat de reiningruiters ineens een beroep op me zouden doen? Ik niet. Maar nu het teambelang in het gedrang is, moet ik. Als ik 'nee' had gezegd, waren er slechts drie ruiters overgebleven. Dan mag er dus niks meer gebeuren, want je wegstreepresultaat ben je al kwijt. Treft het team dan nog meer ellende, dan kan je een uitslag in de landenwedstrijd zelfs vergeten. Dat wil ik niet op mijn geweten hebben. Ik ga niet naar Kentucky voor de medailles. Het halen van de reiningfinale is reëel gezien eigenlijk ook uitgesloten. Ik moet het hebben van een degelijke, nette proef van 70 punten. Hoe groot de druk ook is, die zet ik wel weg. Het liefst zou ik natuurlijk meer scoren, maar dan moet ik aan mijn snelheid werken en risico nemen. Dat lijkt me niet verstandig, omdat ik voor het team rij en dat moet van mij op aan kunnen. Het is daarnaast wel een fantastische kans om op het hoogste niveau te kijken wat er gevraagd wordt en hoe ver ik daar nog van verwijderd ben. Het zal een superstimulans geven nog beter te worden. Want ik voel die ouderwetse drive, die zegt dat ik deze discipline ook op mijn best wil uitvoeren. Mijn vertrek naar het WK is ondertussen niet onopgemerkt gebleven.
Ik had gelijk een blije Tim Lips aan de telefoon. Onze enige Nederlandse eventingruiter op het wereldkampioenschap, die in het dagelijkse leven bij mij dressuur traint, kan ik nu bij zijn dressuurproef in Kentucky helpen. En ook de WK-organisatie zag zijn kans schoon me te laten opdraven in een shownummer. Alles bij elkaar vlieg ik daardoor pas terug als Sjef ook klaar is met zijn werk als dressuurbondscoach. Mijn weken zien er dus ineens anders uit, dat vraagt nu wel even een paar dagen extra schakelen. Het is allemaal aan de andere kant zo spannend, dat ik er erg veel zin in heb.
Bron: De Telegraaf
Mijn interesse blijft uitgaan naar de grootste comebacks van de afgelopen tien jaar: Michael Schumacher en Lance Armstrong. Superatleten, die in een vorig leven alles wonnen wat er te winnen viel. Na een paar jaar radiostilte, zinnen verzetten of het leven een andere invulling geven - wat dan ook - zijn ze terug aan het front.Het is opvallend hoe zij met het immense verwachtingspatroon en eventuele bijkomende teleurstellingen omgaan. Daarin zie ik een duidelijke parallel: ze doen precies wat ze zelf willen. Ik vind het jammer dat Lance Armstrong deze Tour niet helemaal uit de verf kwam. Hij kende veel tegenslag.
Vooral de valpartijen in de achtste etappe op weg naar Morzine-Avoriaz deden hem pijn. Maar hij zette door. Ook al moest hij meer in de anonimiteit rijden. Hij had ook af kunnen stappen. Niemand had het hem waarschijnlijk kwalijk genomen als hij zich had beroepen op 'pech onderweg'. Maar dat deed hij niet. Armstrong zette het podium uit zijn hoofd en vond gelijk een ander doel: de Tour uitrijden. Puur voor zichzelf. Het typeert in mijn ogen nog steeds de ongelofelijke kampioen die hij is. Nu is duidelijk waar te nemen dat hij mens is. Hij kan ook vallen. Toen hij de Tour zeven keer achterelkaar won, kregen mensen wel eens het gevoel dat het bijna automatisch ging. Alsof Armstrong een robot was. Nou, niet dus. Hij heeft zijn hele leven opzijgezet om dat te kunnen bereiken. En wat zie je dan toch gebeuren? Sommigen twijfelen openlijk aan de reden van zijn comeback. Ik snap dat niet. Nu pas hebben we door wat een waanzinnige prestatie hij heeft neergezet door zeven keer de Tour te winnen.
Want sport is niet iets wat je 'even' doet. Dat zag je ook duidelijk aan de tweestrijd tussen Alberto Contador en Andy Schleck. Er is al veel over gezegd en geschreven, maar de strijd om de nummer 1-positie wordt altijd bepaald op details. De atleten trainen vooraf allemaal zo hard mogelijk en laten daarin - als het goed is - niets aan het toeval over. Vervolgens spelen heel kleine zaken als een fietsketting of de manier waarop je op je zadel zit tijdens een eenvoudig lijkende proloog een doorslaggevende rol. Deze genoemde details waren bij Andy Schleck gewoon niet goed genoeg geregeld. En dan word je tweede.
Wat de andere comeback betreft: Michael Schumacher kan Lance Armstrong bijna een hand geven. Ook zijn terugkeer in de Formule 1 gaat gepaard met miljoenen ogen op hem gericht, maar waarmaken kan hij het niet helemaal. Ook hier zie je hetzelfde effect: mensen twijfelen openlijk aan zijn motivatie en sommigen schrijven hem zelfs af. Hij zou niet met de huidige banden overweg kunnen. Die zouden smaller zijn dan waarmee Schumacher ervaring heeft. Of hij zou te veel last hebben van het testverbod, dat momenteel binnen de Formule 1 van kracht is. Ik bekijk het vanuit een heel ander standpunt. Ik ben nieuwsgierig wat Schumacher zelf denkt over zijn huidige situatie. Vooralsnog verandert hij helemaal niks aan zijn koers en blijft hij stoïcijns doorrijden. Als ik hem zo bezig zie, heb ik het gevoel dat hij nog steeds overtuigd is dat hij op de goede weg is. En dat er dus binnenkort misschien wel iets moois staat te gebeuren.
Wat het ook moge zijn, ik vind het fantastisch mannen als Armstrong en Schumacher aan het werk te zien. Wellicht zijn hun doelstellingen anders dan voorheen. Maar de magie, die rond dit soort grote sportmensen hangt, blijft hen ook in deze tijden omringen.
(Bron: Telegraaf)
Niet als amazone, maar puur en alleen als trainer-coach heb ik het Nederlands kampioenschap dressuur in De Steeg gevolgd. Eén van mijn leerlingen won de lichte tour, de klasse onder Grand Prix-niveau. Hartstikke leuk natuurlijk. Verder was het NK niet zo interessant, omdat de meeste ruiters op Grand Prix-niveau wegbleven. Zij kiezen deze week voor het CHIO Rotterdam. Tweemaal een meerdaagse wedstrijd rijden binnen tien dagen is te veel gevraagd voor de paarden. En omdat in Rotterdam de landenwedstrijd tevens geldt als eerste selectiewedstrijd voor het wereldkampioenschap in Kentucky, hebben de meeste Nederlandse topruiters en amazones ervoor gekozen in de havenstad te starten.
Rotterdam kent in de dressuur een primeur. De nieuwe juryregels worden voor de eerste keer van kracht. Dat betekent onder meer de introductie van zeven juryleden en een supervisorpanel. Ik ben blij dat na een jarenlange strijd om het dressuurjurysysteem aangepast te krijgen, enkele veranderingen daadwerkelijk worden doorgevoerd. Vroeger zaten er vijf juryleden rond de ring, die allemaal meetelden, nu worden dat er zeven. Dat houdt in dat één jurylid door uit de toon te vallen nog steeds invloed op het eindcijfer kan hebben. Oké, geen twintig procent meer, maar mijn eindklassering kan nog steeds beïnvloed raken. Ik zie dan ook graag ons idee om het laagste en hoogste resultaat te schrappen. Dat gebeurt namelijk in alle grote, olympische jurysporten. Er zit gelukkig wel een supervisorpanel achter de zeven juryleden. Deze 'wijze heren' kunnen direct na een proef ingrijpen. Als een jurylid fouten maakt of een extreem afwijkende score heeft op een onderdeel, kan dit panel besluiten in te grijpen voor correctie. Dat is op zich een unicum in de normaliter gesloten dressuurjurywereld, waar kritiek tot voor kort een vies woord was. Ik ben benieuwd hoe dit in de praktijk gaat werken. We zullen het in Rotterdam zien.
Ook tijdens het CHIO treed ik alleen als trainer-coach op. IPS Painted Black en Salinero zijn gewoon nog niet fit genoeg. Ik heb mijn pogingen om het WK te halen dan ook helaas voortijdig moeten opgegeven. Ik heb niet het gevoel dat ik een kans maak door de fysieke gesteldheid van mijn paarden om hoog te scoren op de Wereldruiterspelen begin oktober. En aan de andere kant schaad ik niemand met mijn afzegging, want het team kan het ook zonder mij prima af. De Nederlandse top is breed genoeg voor een absolute topklassering in Kentucky.
Ik was overigens onlangs in het Duitse Lingen op concours en toen heb ik wel kunnen zien hoe onze oosterburen bewust zijn geraakt van hun mindere prestaties in de dressuur. Er wordt momenteel gewerkt om een inhaalslag op de Nederlanders te maken. Nieuwe, jonge combinaties moeten het nog waarmaken, maar het talent staat langzamerhand ook in Duitsland weer op. Andere landen zijn trouwens ook bezig met een inhaalslag. Dat is overigens geen enkel probleem. Het maakt het alleen maar spannend, dat zij ook weer hun best doen. Wij moeten niet anders willen. Want ook op het NK werd weer duidelijk: we hebben een handvol internationale supercombinaties, maar daarachter zijn er niet veel ruiters of amazones meer die een proef van een degelijke zeventig procent kunnen rijden. Dus achteroverleunen en een beetje genieten van onze huidige status, kunnen ook wij Nederlanders ons niet permitteren.
(Bron: Telegraaf)
De plannen om de Olympische Spelen van 2028 naar Nederland te halen, krijgen een steeds serieuzer karakter. Daarmee wordt de roep om een heldere infrastructuur van de sport in ons land steeds luider. Als ik om me heen kijk, heb ik juist het gevoel dat er nog zoveel in de sport zelf geïnvesteerd moet worden. Want hoewel het lijkt alsof Nederland de laatste jaren enorm is vooruitgeschoten als sportland, vind ik het in de praktijk tegenvallen.
Dat bedoel ik zowel op laag als hoog niveau. Yannick Janssen gaat binnenkort naar zijn nieuw gebouwde school en tot mijn verbazing krijgen ze daar niet eens een gymzaal. Neem mezelf of Marianne Timmer. Ik doe het al een tijd zonder hoofdsponsor, zij heeft onlangs ook de nodige problemen gehad om een geldschieter te vinden. Natuurlijk is het crisis, maar als je verder wilt komen als 'sportland', dan zal er toch minimaal animo moeten zijn om de sport financieel te willen steunen.
Natuurlijk begrijp ik die hele discussie rond de infrastructuur voor de Olympische Spelen wel. Maar ik denk dat het heel erg per sportbond verschilt. Ik kan natuurlijk alleen voor de KNHS, de hippische sportbond, praten. Ik vind juist dat onze bond de infrastructuur prima voor elkaar heeft. Er is een professionele visie hoe breedtesporters gestimuleerd moeten worden en hoe talenten uiteindelijk kunnen worden ondersteund bij hun route richting de top.
Dat is een veeleisend programma, waar ik veel vanaf weet, omdat ik me er al jaren mee bemoei. Op dit moment begeleid ik hier op stal enkele Young Riders, jonge mensen die over een aantal jaren de internationale top moeten bestormen. Hun begeleiding is intensief. En zoals de bond dat voor ogen heeft: de ruiters van dit moment helpen de talenten van morgen. Op die manier behoren fouten, die ik en mijn collega's in het verleden maakten, vaker tot het verleden. Deze jonge mensen worden daarvoor behoed, omdat ze onze ervaringen erbij krijgen. Hoewel er methodisch en didactisch nog een grote stap in de paardensport gemaakt moet worden. Dit soort initiatieven komt alleen van de grond met een kleine groep betrokkenen. De Rabobank steunt het Talentenplan van de KNHS al ruim tien jaar en dan is er een aantal trainers, dat zich voortdurend inzet om de talenten te coachen.
Ergernissen over de infrastructuur in de paardensport hoor ik wel uit het buitenland. Momenteel sneeuwt het aanvragen voor trainingen via het Anky Education Center en dus vindt zelfs een aantal Duitsers de weg naar Erp. Zij klagen ook over het feit dat er in Duitsland slechts enkele ruiters zijn die het voor elkaar hebben en de rest moet het zelf doen. Ze hebben daar niet een structurele begeleiding of opleiding.
Nee, dan hebben wij over de KNHS eigenlijk niet veel te klagen. Er zijn alleen niet veel mensen die dat weten. Misschien dat de bond die boodschap best wat duidelijker over zichzelf mag laten horen. De Nederlandse sport kan namelijk nog wat leren van de paardensport. Zo staan wij al jarenlang vooraan als het om de verdeling van olympisch eremetaal gaat. Alleen dat al geeft te denken.
Bron: De Telegraaf
Mijn toekomst als trainster van mijn eigen educationcenter neemt steeds meer serieuze vormen aan. Ik krijg van heinde en verre aanvragen van leerlingen en klanten. Dat levert nieuwe wendingen op in mijn leven. Zo ben ik momenteel aan het 'netwerken' voor mijn center in Oostenrijk. Leuk land. Ik moet in Treffen, vlakbij Villach, een paar clinics geven. Alleen die tunnels onderweg door al die bergen vind ik minder leuk. Tunnels en vliegen. Ik ben er niet goed in. Als ik een uitgang zie, gaat het goed, maar zit ik opgesloten, dan ben ik niet te genieten. Ik heb een keer in Hongkong in een tunnel gezeten en die bleef maar op me af komen. Na een kwartier kreeg ik een paniekaanval. Vertelde de chauffeur me doodleuk dat ik nog een half uur moest. Met Sjefs hand en een pilletje heb ik het 'overleefd'.
Ik weet waar het vandaan komt. Ik heb een bijna fataal ongeluk meegemaakt in een klein vliegtuig. Na een dressuurwedstrijd in Wiesbaden zou ik een clinic geven in Eelden. Ik werd opgehaald door een hobbypiloot. Nou was ik wel gewend om in die kleine toestelletjes te vliegen, want zo'n scenario van wedstrijd-clinic met een paar honderd kilometer ertussen deed ik wel vaker. Maar dit keer had ik vooraf een onderbuikgevoel. Ik belde Sjef dat ik het niet prettig vond dat een amateur mij zou vliegen, maar die reageerde heel laconiek. ,,Als het mis gaat met zo'n vliegtuigje kijk je gewoon naar buiten en zoek je een plek om te landen. Als je een strookje gras ziet, kan zo'n toestel al neergezet worden. Dus beter kan niet, landen gaat altijd!"
Even later meldde ik ook aan de piloot dat ik er niet zo gerust op was en die reageerde heel positief. Hij nam uitgebreid de tijd om me alle knoppen en lampjes van het toestel uit te leggen. Daarna vertrokken we pas. Omdat hij redelijk op mijn gemoed had ingepraat, besloot ik na een minuut of vijf wat slaap in te halen. Ik vertrouwde hem, hij had tenslotte de nodige lessen gehad. Ergens in mijn onderbewustzijn hoorde ik een paar minuten later echter de motor sputteren. Hij viel zelfs helemaal stil. In eerste instantie dacht ik dat ik sliep, maar toen besloot ik toch maar mijn ogen te openen. Vanuit de cockpit hoorde ik de piloot van een SOS-melding overgaan in "mayday, mayday". Er was blinde paniek. Ik dacht alleen maar aan wat Sjef had gezegd. Snel zocht ik een plek op de grond, waar het toestel kon landen.
Terwijl we behoorlijk stijl naar beneden gingen - de piloot vertelde later dat hij sowieso moest dalen omdat de motor was uitgevallen, maar óók dat ging niet helemaal goed - zag ik alleen maar bomen, snelwegen, huisjes en andere obstakels. Nergens een plek met alleen maar grassprieten! De piloot nam contact op met de toren en daar vroegen ze of hij al had omgeschakeld van zijn eerste naar zijn tweede tank. Een prima suggestie, want dat had de goede man dus niet gedaan. Met één knopje kreeg de motor weer brandstof en konden we gewoon verder vliegen. Ik was nog helemaal verbaasd. Hij opperde later wel dat hij kon merken, dat ik topsportster was, omdat ik mijn emoties zo onder controle had. Nou, daar had het niet zoveel mee te maken, ik probeerde gewoon een plek te vinden om te landen!
Later heb ik dat natuurlijk ook tegen Sjef gezegd, dat het helemaal niet zo eenvoudig is om aldaar een strookje groen te vinden. Wat ik eraan over heb gehouden, is dat ik in ieder geval niet meer alleen vlieg. Ik heb nu naar Oostenrijk mijn oud-groom Jokelien meegenomen. Zij sleept me wel door de bergen en de vliegtuigen. En ondertussen combineren we op deze manier het aangename met het nuttige.
(Bron: Telegraaf)
Een comeback is voor jezelf Tia Hellebauts is terug. De Belgische olympisch kampioene hoogspringen nam een paar maanden na het goud van Peking afscheid. Ze bleek zwanger. Vorig jaar beviel ze van dochter Lotte. In plaats van te genieten van haar gezin en het 'gewone' leven op te pakken, heeft ze nu besloten haar atletiekcarrière nieuw leven in te blazen. Ze staat er ontspannen in, want, zo zegt ze, "ik heb het hoogst haalbare al gewonnen, dus alles wat ik nu bereik, is een bonus".
Opvallend was ook Kim Clijsters vorig jaar. Een paar seizoenen na haar afscheid kwam ze als moeder terug in het tenniscircuit. Na acht toernooien in haar tweede loopbaan is de Belgische zelfs terug in de top tien. In de paardensport is zowel de Duitse dressuuramazone Isabell Werth als haar springcollega Meredith Michaels-Beerbaum bevallen en beiden melden zich weer op topniveau. Verder zijn momenteel Marleen Veldhuis en Kim Staelens zwanger en respectievelijk de zwemster en volleybalster hebben aangegeven dat zij na de bevalling hun topsportcarrières weer oppakken. Het lijkt wel een trend... Hoewel, Fanny Blankers-Koen liep in 1948 op 30-jarige leeftijd viermaal naar olympisch goud, terwijl ze thuis twee kinderen had zitten. Maar goed, de laatste paar decennia was het toch echt grote uitzondering als een vrouw na het krijgen van kinderen topsport bleef bedrijven. De laatste jaren vindt daar een kentering in plaats. Je leest regelmatig over moeders die terugkeren.
Terwijl ik uit eigen ervaring kan spreken dat het topsportleven er echt niet gemakkelijker op wordt met kinderen. Vroeger was ik 24 uur per dag 7 dagen per week atleet, alles stond in het teken van mijn sport. Maar als je kinderen hebt, moet je je focus verdelen. Dat geeft ook voordelen: als ik een mindere dag heb of het lukt tijdens de training niet helemaal, dan ben ik het vlugger vergeten. Het relativeren gaat dan aardig vanzelf. Maar geloof me, optimaal trainen gaat echt alleen als je zeker weet dat je kinderen het goed hebben. Je moet geen zorgen aan je hoofd hebben. Als je niet van de oppas of nanny op aan kan, vreet dat. Dan lukt het trainen ook echt niet. Ik heb dat wel eens besproken met roeister Kirsten van der Kolk, in Peking olympisch kampioene in de lichte twee. Zij zat zo veel in het buitenland dat zij haar kind zelfs heel weinig zag in het olympisch seizoen. Dat is een grote opoffering. Maar die wilde zij graag doen voor dat ene doel: olympisch goud.
Ik denk ook dat daar de drive vandaan komt. Want hoe komt het dan toch dat absolute toppers in hun sport terugkeren na het krijgen van kinderen? In mijn ogen heeft het alles met de uitdaging en het plezier te maken. Die blijven, ook al is het anders. Je ziet het trouwens ook bij het andere geslacht. Lance Armstrong, Michael Schumacher en een paar jaar geleden Michael Jordan - echte groten in hun sport - kregen na hun afscheid toch weer de kriebels. De uitdaging keerde terug. Zouden ze het nog één keer kunnen?
Voor mijn gevoel scheelt het wel als iemand ook in het bezit is van olympisch goud. Hellebauts gaf het ook aan: ze kent de absolute top. Niks moet meer, alles wat nu nog komt, is gewoon mooi meegenomen. Dat maakt dat je er anders instaat. Dat zie je ook bij andere atleten, die een comeback maken. Hoewel de verwachtingen van de buitenwacht hooggespannen waren, maken mannen als bijvoorbeeld Lance Armstrong of Michael Schumacher die nog niet helemaal waar. Maar de eerzucht, de strijdlust en het plezier zorgen dat ze er nog steeds keihard aan werken. Ze hoeven zichzelf in ieder geval niet meer te bewijzen.
(Bron: Telegraaf)
De uitbreiding van ons stallencomplex in Erp dringt langzamerhand nationaal en internationaal door. We krijgen de nodige aanvragen van buitenlandse klanten, die hier een paar weken of zelfs maanden willen trainen. Met de komst van een aantal appartementen naast de gloednieuwe stallen kunnen we die mogelijkheid bieden. Mijn rol als trainster van andere ruiters en amazones breidt zich stukje bij beetje uit. Samen met Sjef heb ik namelijk nog iets nieuws ontwikkeld: het zogenoemde Anky Education Center.
Via internet proberen we geïnteresseerden op twee manieren te helpen. Ten eerste kan iedereen zijn eigen trainingsvideo uploaden. Een uitgestrekte galop, een pirouette, een zigzag - welke basisoefening of probleem ook - wordt door Sjef of mijzelf van commentaar en advies voorzien. Daar komt een heel protocol bij. Zeg maar een soort second opinion, buiten hun eigen trainer natuurlijk. Critici vragen natuurlijk gelijk of dat wel hetzelfde is als een privéles. Nee, natuurlijk niet. Maar niet iedereen heeft dezelfde wensen. Sommigen willen of kunnen hun paard helemaal niet op de wagen laden en meenemen naar Erp en vinden dit een uitstekende oplossing.
Daarbij hebben we ook geen tijd om zoveel mensen persoonlijk hier te begeleiden. Onze tweede noviteit is een e-learning programma, genaamd Anky E-Tools. Dit is een digitaal leerprogramma voor de dressuursport met unieke onlinetrainingsvideo's. Dit onderdeel van het Education Center zit in de beginfase. We hebben onlangs de eerste afleveringen opgenomen, waaronder Warming Up & Cooling Down. Ik rij zelf niet in de filmpjes. Misschien hebben mensen het idee dat als ik het voordoe, het sowieso wel lukt. Een ruiter van onze stal doet daarom de oefeningen. Maar de begeleidende teksten en de uitvoering heb ik wel allemaal begeleid. Met deze onlinevideo's hoop ik vooral het grote publiek te bereiken. Natuurlijk is het fantastisch om talenten naar de wereldtop te begeleiden, maar er is veel meer.
De paardensport heeft de laatste jaren een ongelooflijke vlucht genomen - honderdduizenden mensen rijden alleen al in Nederland geregeld paard - maar de kennis over het paard heeft niet dezelfde spurt gekend. Veel mensen doen maar wat. Dat is voor het paard een groot nadeel. Met deze interneteducatie hopen wij een inhaalslag te maken. Of deze manieren van kennis overdragen uiteindelijk gaan aanslaan, weet ik nu nog niet. We proberen iets uit. Maar zo heb ik tijdens mijn loopbaan als amazone ook vaak gewerkt. Om je heen kijken, informatie verzamelen en de goede punten eruit halen. Als trainster geldt dat ook weer. Ik merk dat leren, of dat nou aan mensen of paarden is, in mijn bloed zit. Ik riep vroeger altijd dat ik alleen gelukkig werd van paardrijden, maar het doorgeven van mijn kennis komt er dicht bij in de buurt. Ik zoek momenteel naar de ideale afstelling. Het plezier in de sport, daar gaat het om. Ik hou dat nu ook weer scherp voor ogen.
Dus 's ochtends train ik superfanatiek mijn eigen paarden en 's middags kom ik bij en laat ik anderen zweten. Bij die mix voel ik me momenteel heel goed. Wat de afgelopen tijd verder speelde, is mijn afwezigheid in de wereldbekerfinale volgende week tijdens Indoor Brabant. Van de 25 wereldbekerfinales heb ik er negen gewonnen, dus natuurlijk zegt die wedstrijd mij veel. Maar het is dit jaar niet anders. Sommige zaken vielen in het kwalificatietraject ongelukkig uit, daardoor ontbreek ik. Ik wil daar ook niet te veel woorden aan vuilmaken. Wel vind ik het jammer dat de Noord-Amerikanen, waaronder titelverdediger Steffen Peters, niet overkomen voor de finale. Dat is een devaluatie, want het is nu een Europees onderonsje. Wat niet wegneemt dat ik als toeschouwer van de partij zal zijn.
(Bron: Telegraaf)
"Samen met mijn leerlingen Christa Laarakkers en Aat van Essen ben ik afgereisd naar Florida. Vlak bij Palm Beach ligt Wellington, het Amerikaanse walhalla van de paardensport. Wat je hier treft, gaat elk verstand te boven. Vooral voor paardenmensen is dit een paradijs. Wij rijden aankomend weekeinde de eerste van vier wedstrijden in de Exquis World Dressage Masters, een tour die qua entourage en prijzengeld ook buitencategorie is. Het hele olympische podium van de laatste Spelen in Hongkong (2008) treft elkaar voor de eerste keer weer in de wedstrijdarena.
Ik heb IPS Painted Black ditmaal thuisgelaten. Hij loopt over een paar weken de wereldbeker in Göteborg weer. Salinero had al een tijdje rust en hier in Wellington wil ik hem weer aan het grote werk laten wennen. Ik strijd met hem onder meer tegen de zilveren combinatie Isabell Werth met Satchmo en de bronzenmedaillewinnaar Steffen Peters met Ravel.Dat gegeven maakt het concours natuurlijk extra beladen. Als amazone is dat altijd mooi. We hebben het nuttige overigens met het aangename verenigd. Vanwege de jetlag was het nodig hier een aantal dagen eerder aan te komen. We reisden dus vrijdag al naar Amerika.
Het tijdsverschil van zes uur is lastig voor ons atleten, maar de paarden hebben er ook de nodige moeite mee. Zo moet je als ruiter absoluut niet op een paard gaan zitten als zijn bioritme zegt dat het midden in de nacht is en hij eigenlijk hoort te slapen.Nou is het wettelijk zo bepaald dat de Europese paarden twee dagen in quarantaine moeten, totdat alle uitslagen van de vereiste medische testen binnen zijn. Dan mogen ze Amerika pas binnen. In de tussentijd worden ze alleen aan de hand gestapt.
Toen ik Salinero na zijn quarantaine eindelijk zelf mocht rijden, moest dus eerst de brand eraf. Hij was superfit en wilde dolgraag lopen. Om hem gelijk voluit te rijden, is echter niet verstandig. Dat moet opgebouwd worden. Eigenlijk kon ik hem gisteren pas weer voor de eerste keer echt trainen, zoals we dat thuis gewend zijn. We hebben nog een dag tot de wedstrijd, dus dat is prima.Omdat ik slechts één paard bij me heb, had ik verder de afgelopen dagen niet veel omhanden. We hebben dus de tijd om ons lekker te vergapen aan alle weelde en luxe hier. De privéhuizen doen eigenlijk allemaal dienst als tweede huis van de rijken in Amerika.
En waar je ook kijkt, overal hebben ze paardenstallen. De één nog mooier dan de ander. Verder heb je zogenaamde ruiterpaden langs de erven lopen en de eigenaren wandelen samen met hun paarden naar het concoursterrein van Wellington. Eigenaren als Madonna, Bruce Springsteen en de dochter van burgemeester Bloomberg van New York. Om er maar een paar te noemen. Eén van de leuksten is toch wel Springsteen, die gewoon als groom fungeert voor zijn dochter.
Wellington doet vier maanden dienst als wedstrijdterrein. Er staan maar liefst vijftienhonderd paarden gestald. Om te vergelijken met Aken, daar zijn er vierhonderd. En er zijn wedstrijdringen zover het oog reikt. Allerlei disciplines worden afgewerkt, maar polo en hunter zijn toch wel het populairst. Dressuur is eigenlijk maar een klein onderdeel van wat zich hier allemaal afspeelt. Maar het is in ieder geval groot genoeg om ook deze dagen, richting de wedstrijd, nog met mijn sport bezig te zijn. Ik heb op twee middagen acht mensen lesgegeven in clinics.
Dat had een tiental meer kunnen zijn, als we de wachtlijst helemaal hadden afgewerkt. Die ruimte ontbreekt. Want uiteindelijk moet mijn aandacht toch ook voor honderd procent uit kunnen gaan naar de aankomende wedstrijd."
(bron: Telegraaf)
Af en toe kan ik me echt verwonderen over Sjef Janssen, mijn partner en trainer. We zijn toch al heel lang samen verweven met de paardensport, maar hij blijft onafgebroken strijdbaar. De jaarvergadering van de internationale paardensportfederatie FEI vond vorige week plaats in Kopenhagen. Veel beslissingen die daar zijn genomen, blijken puur politiek en contra de sport. Maar Sjef zal nooit onverschillig zijn schouders ophalen. Elke keer vecht hij weer tegen zaken, die de sport niet dienen.
Ik kan het tegenwoordig niet altijd meer opbrengen om me overal druk om te maken. Ik heb andere zaken aan mijn hoofd. De kinderen, de verbouwing op stal, de kledinglijn en het rijden van mijn paarden. "Ik wil het liefst ook alleen maar paardrijden", zegt Sjef dan, "maar als we dat allemaal doen, blijft er straks geen sport meer over."
En daarin heeft hij wel gelijk. Er zijn nu weer enkele twijfelachtige beslissingen genomen door de FEI. Of beter gezegd: ze hebben in Kopenhagen bijna geen besluiten durven nemen. Zowel voorgenomen veranderingen in de statuten - een andere wijze van besturen - als het beleid rond het welzijn van het paard en de dopingproblematiek is uitermate wollig en niet doordacht. Wat je de FEI kort gezegd kan verwijten, is dat van helder en transparant beleid geen sprake is. Daadkracht ontbreekt. En de mensen waar het in de topsport om draait, ruiters, trainers en organisatoren, zijn daar de dupe van.
Sjef gaat daar fel tegen in verweer. Ik hoor daar thuis aan de eettafel natuurlijk het nodige over, want hij moet zijn ergernissen ook wel eens kwijt. Zo heeft de FEI na maandenlange aankondigingen over welzijnsbeleid en trainingsmethodes geweigerd op het moment suprème, tijdens de jaarvergadering, stelling te nemen.
De paardenwereld zelf is verdeeld over bepaalde manieren van trainen. In plaats van wetenschappelijke onderzoeken en experts te gebruiken en stelling te nemen, wil de FEI stewards op het losrijterrein instructies geven om bij bepaalde overschrijdingen van één norm (die de FEI intern bepaalt en niet de betrokken partijen) met gele kaarten en schorsingen te laten strooien. Maar dat is geen oplossing. En al helemaal geen gemerkt signaal. Kortom, je stapelt alleen maar veel meer problemen op elkaar.
Dat geldt ook voor de kwestie rond de dopingproblematiek. We hebben jarenlang tegen de nuloptie gestreden. We mochten onze topsportpaarden, topatleten dus, niks geven. Ook niet als het aankwam op welzijn, bijvoorbeeld tijdens het reizen of bij het scheren. De FEI heeft besloten de medicijnenlijst te verruimen, maar wat schetst de verbazing? Nu laten ze middelen toe die in Duitsland en Scandinavië bij wet verboden zijn. Op concoursen in die landen ben je dus zelfs strafbaar als je ze gebruikt bij je paard. Dat de FEI er nu zelf ook niet meer uitkomt, blijkt uit een persbericht dat gisteren is uitgegeven. De richtlijnen betreffende de medicijnenlijst zijn in ieder geval uitgesteld tot 5 april 2010. De reden: er bestaat te veel discussie. Ondertussen laat de duidelijkheid dus minimaal weer een half jaar op zich wachten.
Als Sjef zoiets hoort, is hij gelijk uren aan het bellen om te kijken of er nog mogelijkheden zijn om het standpunt vanuit de sport te belichten. Het kost hem vaak veel negatieve energie, maar hij bijt zich er echt in vast. Hij weigert zich neer te leggen bij beslissingen, waarvan hij weet dat het de sport alleen maar bemoeilijkt. Soms hoor ik hem wel eens zuchten, dat hij er genoeg van heeft. Maar als puntje bij paaltje komt, weigert hij het bijltje erbij neer te gooien. En dat al minstens 25 jaar lang. Zucht.
Over vechtlust gesproken. Marianne Timmer is ook iemand, die ik waardeer om haar stoere aanhoudendheid. Hoe zij na haar gouden plakken op de 1000 en 1500 meter in 1998 in Nagano terugkwam met opnieuw een gouden medaille op de 1000 meter in 2006 in Turijn.
En niet alleen haar sportieve prestaties spreken bij mij tot de verbeelding. Ze betekent veel meer in de sport. Ze helpt haar team tot tweemaal toe bij het vinden van een sponsor voor de hele ploeg. En dan valt ze in Heerenveen door de schuld van een ander. Niet opzettelijk, maar toch. Het is zwaar te verteren. Ik begrijp dat ze nog steeds niet wenst op te geven richting de Olympische Spelen in Vancouver. Voor dat standpunt kan ik alleen maar respect opbrengen.
(bron: De Telegraaf)
Het hele verhaal rond de DSB Bank is voor alle betrokkenen heel vervelend. Vanuit mijn eigen achtergrond gaat mijn interesse echter vooral uit naar de huidige situatie bij de sportploegen waar DSB sponsor van was. Voor de voetballers van AZ is veel onzeker. Maar niet alles. Ze kunnen in elk geval in het stadion blijven spelen. Bij de langebaanschaatsers doemt daarentegen een soort horrorscenario op. Vlak voor de start van het olympisch seizoen moeten zij het doen zonder salaris. Dat geeft grote onzekerheid. Dat zegt overigens niet perse iets over het verloop van het seizoen. Tegenslag maakt soms iets los in sporters, waardoor ze alleen nog maar beter presteren. Maar lastig is het nu wel.
Wat mij opvalt en waar ik een kanttekening bij plaats, is de enorme afhankelijkheid van deze sporters ten opzichte van hun sponsor. Bij het omvallen van Scheringa's bank is eigenlijk ook gelijk het einde van zijn schaatsploeg ingeluid. Dat zul je in de paardensport toch minder snel zien. Bij ons zijn de zaken anders geregeld. In de ogen van de buitenwacht zijn wij eigenlijk een soort 'semi-profs'. De paardensport kent veel zelfstandigen of ruiters die voor een stal rijden.
Ik moet er altijd om grinniken als buitenstaanders hier op stal komen. Ze weten soms echt niet hoe het werkt. Ze verwachten alleen Salinero en IPS Painted Black aan te treffen en dan verwonderen ze zich over het feit dat ik met nog meer paarden werk en met leerlingen in de weer ben. Niet iedere topruiter vult zijn tijd hetzelfde in. Maar het komt er in principe op neer dat je naast het trainen van toppaarden ook met andere zaken bezig moet zijn.
Of je nu je eigen stal hebt of voor een eigenaar paarden rijdt, dagen van zeven tot zeven zijn heel normaal. En dan heb ik het over een zesdaagse werkweek, buiten de wedstrijddag om. Dat moet ook, want deze sport kost heel veel geld. Zo heb ik vier mensen in dienst voor de stallen en paarden, mijn vrachtwagen moet onderhouden worden en de hoefsmid en veterinair komen met regelmaat langs. Als je dan afhankelijk bent van één sponsor of van wedstrijdgeld - wat bij ons niet veel voorstelt - dan bevind je je als topruiter in een netelige positie. Dat geldt overigens ook voor het houden of hebben van paarden. Ik heb er in mijn carrière altijd voor gezorgd dat ik de beschikking heb over een eigen toppaard, naast de paarden die ik voor andere eigenaren rijd. Op die manier houd ik voor een groot deel grip op mijn sportloopbaan. Je ziet het vaak genoeg gebeuren: ruiters die goed presteren, zijn ineens hun paard kwijt, omdat eigenaren dat besluiten te verkopen bij een goed bod. Ik heb dat soort situaties ook meegemaakt, maar dat trof mij nooit zo hard, omdat ik altijd eigen materiaal op stal had staan.
Momenteel heb ik ook geen hoofdsponsor, maar wel een stel heel stabiele, trouwe subsponsors. Ik weet niet of zo'n situatie ook in andere sporten gecreëerd kan worden, maar ik denk dat afhankelijkheid van slechts één financiële partij altijd voorkomen moet worden.
In Nederland werd precies tien jaar geleden een uniek initiatief genomen voor de olympische hippische disciplines springen, dressuur en eventing: de KNHS startte het Rabobank Talentenplan. Bijna vanaf dag één ben ik actief ambassadeur. Ik train een aantal talenten ook daadwerkelijk. En met mij hebben meer ervaren ruiters en trainers zich ingezet voor het Nederlandse talent. En niet zonder succes. Het Talentenplan is uitgegroeid tot een serieuze pilaar onder zowel de spring-, dressuur- als eventingsport. Er is geen land te noemen waar ze zo'n doorstroom in de paardensport kennen van jonge mensen als in Nederland.
Ik zie mezelf in de toekomst, na mijn actieve carrière als topsportster, fulltime trainster/coach zijn. Wanneer dat precies is, weet ik niet. Ik heb momenteel te veel goede paarden op stal staan om er de brui aan te geven. Zonde van al dat talent. In de tussentijd neemt de begeleiding van jonge leerlingen hier op stal steeds meer mijn tijd in beslag. Ik rij allang niet meer alleen voor mezelf. Ik help een stuk of vijftien (inter)nationale talenten uit de top en subtop. Met de verbouwing op stal neemt het toekomstplaatje als trainster/coach wel steeds serieuzere vormen aan.
Als ik iets doe, doe ik het goed. In een uurtje training per week help je een topper in de dop niet veel verder. Daarvoor is een veel intensievere begeleiding nodig. Want het zit 'm in onze sport allang niet meer alleen in goed paardrijden. Natuurlijk, dat is de basis. Maar de hedendaagse ruiters, die op de lange termijn mee willen komen, moeten een stal kunnen runnen, verstand hebben van voeding, mee kunnen praten met de veterinair en de hoefsmid, goed contact onderhouden met de eigenaren van de paarden en de grooms juiste instructies geven. Dan hebben we nog geen wedstrijdformulier ingevuld... Persoonlijk word ik heel blij van het overdragen van kennis aan talenten. Het is een proces. Ik wil eerst precies weten wie ik voor me heb. Ik analyseer samen met mijn leerlingen hun 'action type'. Daarmee kan ik vaststellen wat voor voorkeuren iemand heeft, hoe ik iemand het beste kan benaderen en wat aansluit bij zijn of haar belevingswereld. Vervolgens laat ik diegene een persoonlijk ontwikkelingsplan opstellen. Het valt me altijd op dat veel leerlingen het in het begin lastig vinden realistische doelen te stellen. Meestal is dat voor mij een moment om ze nog eens extra te begeleiden.
Over een paar jaar, als mijn omschakeling van topsportster naar coach voltooid is, wil ik hier op stal een heus kenniscentrum hebben. Niet alleen voor leerlingen, maar ook voor de rest van de hippische wereld en daarbuiten. Denk aan het bedrijfsleven. Zij moeten zich vrij voelen hier af te spreken om zich verder te ontwikkelen.
In de toekomst zullen we daarbij zeker ook gebruik maken van de moderne communicatiemiddelen, zoals internet. Wij willen wereldwijd lespakketten aanbieden, maar ook trainingsanalyses en oplossingen op maat voor diverse problemen. We sluiten zelfs niet uit live internetonderricht te gaan geven.
(Bron: Telegraaf)
Ik heb afgelopen weekeinde met ingehouden adem zitten kijken naar de 100 meter tijdens de WK atletiek in Berlijn en de manier waarop Usain Bolt die afstand in 9,58 seconde - een nieuw wereldrecord - afraffelde. Ongelofelijk. Wat een krachtexplosie! Niet alleen wat die man kan, intrigeert me, maar ook de hele show die hij eromheen creëert. Het boogschieten, het lachen, het vliegen als een vogel. Hij moet druk voelen, dat kan niet anders. Maar het is net alsof hij daar helemaal niks om geeft. Of hij is honderd procent zeker van zijn zaak óf hij heeft gewoon maling aan alles.
Dat uitbundige is natuurlijk ook onderdeel van de Jamaicaanse cultuur. Daarmee kan je zijn houding misschien ook voor een deel verklaren. Een Nederlander zie je dit soort heroïsch gedrag in ieder geval niet zo snel vertonen. Zeker niet vóór de wedstrijd. Hoe groot de favorietenrol van een Nederlandse atleet ook is, wij zijn toch meer een volkje van 'eerst zien, dan geloven'. Wij kunnen zeker uit ons dak gaan, weten hoe we een feestje moeten bouwen. Maar dat is altijd achteraf. Als de buit binnen is.
Na het bovenstaande geschreven te hebben, komt het waarschijnlijk niet als een verrassing dat ik mezelf niet tot de topfavoriet bombardeer voor de Europese kampioenschappen paardensport, volgende week in de kasteeltuinen van de Britse koningin Elizabeth. Ik kijk toch anders tegen de zaken aan. Salinero en ik staan er goed voor, dat wel. De trainingen lopen fijn, het gevoel is prima, we zijn allebei gezond en fit. Maar deze week draaide om meer. Ik heb ook IPS Painted Black weer in vorm gekregen. Hij is terug van een blessure en op concours in België behaalde hij meteen een persoonlijke recordscore in de Grand Prix: 76,5%. Dat was ook weer prettig om te ervaren. Met twee goede paarden verruim je je kansen op het hoogste niveau. Daar ben ik altijd voorstander van geweest. En nu richt ik me natuurlijk weer optimaal op de EK. Alleen grote uitspraken laat ik aan me voorbijgaan...
Hoewel we natuurlijk niet om het feit heen kunnen dat Nederland er als land heel sterk voor staat. Ik denk dat wij zowaar onze EK-titel van 2007 kunnen verdedigen. Bij ons was het dringen om in het EK-team te komen - zo veel goede combinaties hebben wij op dit moment - terwijl bij de Duitsers de ene na de andere partij moet afzeggen vanwege blessures, doping en andere randzaken. Ik denk dat het zo langzamerhand tijd wordt voor onze oosterburen om eens in de spiegel te kijken. Aanwas is er amper in Duitsland.
Ik verwacht deze EK vooral concurrentie van de Engelsen. Zij hebben het momenteel voor elkaar en ze hebben natuurlijk het publiek mee. Overigens is dit EK een dubbel, want naast de dressuurwedstrijd wordt tegelijkertijd ook het springen georganiseerd. Dat is voor het eerst. Vooral in deze tijden van recessie is dat publicitair slim uitgedacht. Voor zowel het publiek als de media is het aantrekkelijk om niet één, maar twee evenementen tegelijkertijd te bezoeken. Ik verwacht op Windsor dan ook een vol huis.
Lance Armstrong als voorbeeld Ik ben fan van Lance Armstrong. De afgelopen drie weken werd ik dus op mijn wenken bediend. De Tour de France wordt bij ons thuis altijd heel uitgebreid gevolgd.
Ik heb niet zoveel helden. Maar Tiger Woods en Lance Armstrong hebben mijn diepste respect. Vooral de laatste. Natuurlijk maakt zijn heroïsche comeback na zijn strijd tegen kanker grote indruk. Maar dat is niet de reden van mijn bewondering. Ik kijk anders tegen deze ziekte aan. De één overleeft het, de ander niet. Dat is niet altijd een kwestie van vechten, maar heeft voor mijn gevoel ook te maken met de factor geluk.
Nee, wat mij vooral intrigeert aan Armstrong is dat hij altijd zijn eigen koers uitstippelt en volgt. De eerste zege in 1999 in de Tour was knap. Maar daarna kwam hij steeds terug en ieder jaar zag je de druk toenemen. Op het einde was het bijna onmenselijk wat er van hem verwacht werd. Maar hij bleef altijd ongelofelijk gefocust en liet zich nooit gek maken.
Bij leven werd hij een legende. Hij stopte op zijn hoogtepunt. Beter kon niet. En dan ineens dit jaar zijn rentree in het peloton. Iedereen - ikzelf incluis - verklaarde hem voor gek. Bij mij kwam ook gelijk die ene vraag boven: waarom doe je jezelf dit aan? Iedereen heeft zeven jaar lang op je gejaagd en nu roep je die ellende weer over jezelf af. Qua prestatie kan het toch ook alleen maar minder worden? Alles, behalve de hoogste tree op het Tourpodium, zal tegenvallen. Maar dat gebeurde dus niet. Eerst deed hij er alles aan om te tonen dat hij de allerbeste was en toen dat niet lukte, schikte hij zich. Hij moet best even een duw hebben gekregen op het moment dat hij erachter kwam dat hij de Tour niet ging winnen, maar daar was eigenlijk weinig van te merken. Hij bleef rustig, ging niet sippen en stelde zich in dienst van anderen. Er zijn er niet veel die zoiets kunnen opbrengen op zo'n moment.
Juist toen hij die omschakeling maakte, bleek hoe goed hij zijn eigen kwaliteiten kent. Hij legde zich er bij neer en was tevreden over hetgeen hij klaarspeelt op bijna 38-jarige leeftijd. Dat op zich is natuurlijk uniek. En ik merkte dat ook aan de reacties in mijn omgeving. Armstrong had de strijd om de eerste plek niet verloren, hij had duidelijk de derde plaats gewonnen. Iedereen roemt hem om deze topprestatie.
Natuurlijk vergelijk ik bepaalde facetten met mijn eigen carrière. Ik vind Lance een universeel unicum - hij raakt wereldwijd meer mensen dan ik ooit zal doen - maar de manier waarop hij zijn sport beleeft, daar kan ik me aan spiegelen. Zoals hij weigert op te geven. Dat zit in iemands karakter en dat herken ik in mezelf. Als je in iemand anders je meerdere moet erkennen, dan moet je je daar op dat moment in schikken, maar opgeven, dat doe je nooit.
Wat ik verder fantastisch vind, is de wijze waarop Lance Armstrong alles voor elkaar heeft. Zoals hij de aandacht vestigt op zijn strijd tegen kanker, zoals hij tientallen bekende sterren en politici meekrijgt in zijn campagne 'Livestrong'. Of kijk alleen maar eens naar zijn site, allemaal zo professioneel. Het behoeft geen uitleg, dat ik hem natuurlijk ook volg via Twitter. Wat heet, Lance is de reden dat ik twitter. Voor zijn twitter-sessies had ik er nog niet eens van gehoord. Dus heb ik weer iets bijgeleerd.
Ik ben met een heel goed gevoel teruggereisd van Aken naar Nederland. Na een aantal weken van zeer wisselvallige optredens met Salinero, had ik tijdens het grootste concours ter wereld het gevoel dat ik hem echt weer aan het lopen kreeg. Hoewel ik nog steeds vierkant achter onze wedstrijdpauze van zeven maanden sta na de Olympische Spelen van Hongkong, blijkt dus wel, dat zoiets niet ongestraft kan. Ik heb me echt suf gepiekerd. Want in de trainingen ging het als vanouds. Sallie liep fantastisch. Maar in de wedstrijden wilde het maar niet lukken.
De ommekeer kwam na de vijfde plek in de landenwedstrijd op het CHIO Aken. Het was net alsof ik een schop onder mijn kont kreeg. Ik keek Sjef aan en ik zei: "Dit wil ik echt niet. Ik wil geen vijfde worden. Het is alles of niks. De dood of de gladiolen. Ik ga niet meer met de rem erop rijden en hopen dat hij dan in ieder geval netjes blijft lopen. Het moet spetteren. En als dat niet lukt, hebben we gewoon pech."
Hij was het met me eens. Toen ik tijdens de spécial twee dagen later de ring binnenreed, had ik echt het mes tussen mijn tanden. Ik was zo gebrand, dat ik naar Salinero ook een houding had van 'nu luister je naar mij!' Dat was goed, want hij liet zich in de eerdere Grand Prix nog te veel afleiden, hij was bangig. Ik wilde nu dat hij per se op mij zou letten, dan kan ik hem het beste leiden en hoeft hij nergens angst voor te hebben.
Ineens liep het fantastisch. Ook de afsluitende kür op muziek ging heel goed. Oké, dan word ik uiteindelijk tweede achter de Amerikaan Steffen Peters. Voor mij is het vooral belangrijk dat ik weet dat Salinero en ik het nog steeds in ons hebben een wedstrijd te domineren.
Over de jurering was veel te doen in Aken. Nou ga ik u daar niet mee lastigvallen, want daar wil ikzelf ook niet te veel mee bezig zijn. Wat ik wel goed vond, was dat het Duitse jurylid Katharina Wüst zelf openlijk toegaf dat de jury vooral de eerste dag niet op één lijn zat. Vroeger was het ondenkbaar dat juryleden kritiek op hun eigen optreden zouden geven, maar zij had er duidelijk geen problemen mee. Nou zit Wüst ook in de taskforce voor een nieuw dressuursysteem. Van 7 tot 9 september doet deze commissie verschillende juryproeven in Aken en ik ben echt benieuwd wat er voor de toekomst uitkomt.
Over Duitsers gesproken. Op hun eigen grondgebied werd ook duidelijk welke bloedarmoede de Duitse dressuur momenteel treft. Isabell Werth is geschorst vanwege doping bij haar jonge paard Whisper. Het paard van Ulla Salzgeber raakte geblesseerd tijdens het concours. De vijfde plek van routinier Heike Kemmer met Bonaparte in het eindklassement was het hoogst haalbare. Nederland kon zelfs op halve kracht, want ik en Sander Marijnissen waren in die wedstrijd niet in topvorm, voor de tweede maal in vijf jaar goud winnen.
Dat belooft wat voor de Europese kampioenschappen in het Londense Windsor over zeven weken. Werth is er sowieso niet bij, want ze is ook nog eens vijf maanden zwanger. En een invaller staat niet zomaar op. In de breedte is Duitsland niet meer wat het geweest is. Vroeger werden toppers zo vervangen, maar die tijd ligt achter hen.
Richting het EK belast ik Salinero niet meer zoals in de laatste weken. Hij heeft veel concoursen gelopen - het NK in De Steeg, Cannes, Rotterdam en Aken - en daarom krijgt hij nu wat meer rust. Hij moet weer fris zijn voor de Europese titelstrijd. IPS Painted Black loopt in de tussentijd misschien op Hickstead over drie weken. De dierenarts liet me maandag weten dat ik de zwarte hengst weer volledig mag belasten. Zijn blessure is genezen. Maar er bestaat geen twijfel over met wie ik de EK rijd. Die wedstrijd is voor Salinero.
De egoïstische topsporter in mij wint. Ik heb de laatste tijd veel nagedacht. Ik twijfelde af en toe of ik IPS Salinero nog wilde inzetten tijdens wedstrijden. Ook tijdens het NK in De Steeg liep het niet helemaal met ons de eerste twee dagen. Dat leidde gelijk tot praatjes, geroezemoes en meningen. Een deel van de buitenwacht vindt het mooi geweest en dat gaf, ongewild, toch voeding aan mijn twijfels. Daarom was het goed eens bij mezelf en mijn naaste omgeving te rade te gaan. Ik ben eruit: ik rij met Salinero niet voor de rest van de wereld, maar voor mezelf. Het is nog elke dag een feest met hem te trainen. Dus de egoïstische topsporter in mij wint weer. Ik heb vorig jaar na de Spelen gezegd dat hij zeker tot het WK 2010 in Kentucky blijft lopen. Daar houd ik me aan. De sportloopbaan van IPS Painted Black, mijn andere jonge toppaard, even terzijde gelaten.
Natuurlijk denk ik wel eens aan stoppen. De laatste maanden meer dan ooit. Als je twintig bent, gaat je carrière één kant op, dan is alles glashelder. Ben je veertig, dan liggen er zo veel opties open. Mijn sportloopbaan is al heel lang compleet uit de klauwen gegroeid. Het credo 'stoppen op je hoogtepunt' is niet meer van toepassing. Had ik dat gedaan, dan was ik gelijk na de Olympische Spelen van Sydney gestopt in 2000, toen ik met Bonfire goud won. Maar wat had ik dan allemaal gemist? Diverse Europese titels, een wereldkampioenschap en twee gouden en zilveren olympische plakken. Allemaal met Salinero.
Maar het wordt wel lastiger gemotiveerd te blijven. Na de Olympische Spelen van Hongkong wist ik even niet waar ik de drive vandaan moest halen. Tijdens het Nederlandse kampioenschap merkte ik dat ik er anders in stond dan ik gewend ben van mezelf. Ik ging niet voor die Nederlandse titel, welnee. Tel daar het gebrek van wedstrijdritme bij op en je hebt alle ingrediënten om een topprestatie uit te sluiten. Ik was daar de eerste dagen van het NK niet eens geschokt over. Edward Gal reed me eraf. Pech, over tot de orde van de dag.
Eerlijk is eerlijk, zo kan ik de sport niet beoefenen. En zeker niet met Salinero. We hebben samen in de afgelopen zes à zeven jaar een verwachtingspatroon en status gecreëerd en ik wil per se niet dat men nu aan zijn niveau twijfelt of hem afschrijft. Dat verdient Salinero niet. Hij heeft de wereld jarenlang versteld doen staan, mensen de rillingen over hun rug bezorgd, dus dan wil je als ruiter niet dat hij als een subtopper afscheid moet nemen.
Ik heb de filmpjes van de NK-finale, de kür op muziek, een aantal maal teruggezien en op basis daarvan oordeel ik dat die angst ook geen waarheid hoeft te worden. Salinero liep de kür als in zijn beste dagen. En ook afgelopen weekeinde tijdens de Grand Prix in Cannes stond hij er prima aan. Feit blijft natuurlijk wel dat dressuur geen tennis of atletiek is. Wat ik wil zeggen: Federer moet zijn ballen binnen de lijnen slaan, Usain Bolt wordt op de 100 meter afgeklokt, maar ik ben in mijn sport ook afhankelijk van andere menselijke factoren, die onze sport beoordelen of zelfs veroordelen, zoals jury, pers en publiek. Die hebben nou eenmaal hun voorkeuren en misschien zijn ze anno 2009 een beetje Salinero-en-Van-Grunsven-moe?
Iedereen was op het NK vanzelfsprekend in de wolken over Totilas van Edward Gal. Het is een prachtige hengst, met heel veel potentie. Maar is dat reden om Salinero terug te trekken? Ik merkte in De Steeg dat ik na twee dagen relativeren weer besefte dat ik honderd procent moet geven. Geen concessies. Dat gevoel is voor mij ook reden door te gaan met mijn sport. Het vuur om te presteren blijkt nog steeds niet geblust. Ik moet mezelf alleen verplichten alle zijwegen of gedachtekronkels uit te schakelen. Nog minimaal een jaar ga ik de focus opbrengen met Salinero. Omdat ik dat wil. Daarna zien we wel verder.
(Bron: Anky.nl)
| Naam: | Anky van Grunsven |
|---|---|
| Geboortedatum: | 2 januari 1968 |
| Woonplaats: | Erp |
| Discipline: | Dressuur |
| Paard: | IPS Painted Black, IPS Krack C, Bonfire, IPS Salinero |
| Eigen website: | www.anky.nl |
| 2008 Olympische Spelen Beijing 2007 Europese Kampioenschappen 2007 Nederlandse Kampioenschappen 2006 Nederlandse Kampioenschappen 2005 Nederlandse Kampioenschappen 2004 Olympische Spelen Athene 2003 Nederlandse Kampioenschappen 2000 Olympische Spelen Sydney 2000 Nederlandse Kampioenschappen 1998 Nederlandse Kampioenschappen 1997 Nederlandse Kampioenschappen |
Goud met IPS Salinero Goud met Keltec Salinero individueel-Kur en team Goud met Keltec Salinero Goud met Krack C Goud met Keltec Salinero Goud met Gestion Salinero Goud met Keltec Salinero Goud met Gestion Bonfire Goud met Bonfire Goud met Bonfire Goud met Bonfire |
|---|